Ondernemingsraad moet onderhandelen over CAO

AMSTERDAM – Niet de vakbonden, maar de ondernemingsraad moet namens werknemers onderhandelen over een cao; De or is gekozen door alle werknemers, en is daardoor een betere afspiegeling van een bedrijf. Hiervoor pleit het Alternatief voor Vakbond (AVV), omdat de gevestigde bonden geen draagvlak zouden hebben onder werknemers jonger dan 50 jaar.
Cao

Lees verder

Stemmen over CAO Ambulancezorg

Leden van CNV Publieke Zaak kunnen hun stem uitbrengen over de onlangs afgesloten CAO Ambulancezorg.

http://www.mijnvakbond.nl/Stemmen_over_CAO_Ambulancezorg?referrer=266

Waarom werkt marktwerking niet in de publieke sector?

Evelien Tonkens -Drie denkfouten

Waarom is marktwerking in de publieke sector een plaag? Op veel terreinen werkt de markt toch prima, waarom hier dan niet? Dit komt door drie elementaire denkfouten over de verhouding tussen de markt en de publieke sector, in het bijzonder de zorg.

Lees verder

Uitgangspunt van kabinet is ridicuul

BRON: © Trouw 2009

Ambulancepersoneel krijgt, ook door het vele tilwerk, veel last van de gewrichten.
Tillen_belasting

© PATRICK POST

De regeling voor zware beroepen in de nieuwe AOW-wet noemt arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen ’complex en onrealistisch’. „Het is gebaseerd op ouderwetse ideeën.”

Mensen met een zwaar beroep mogen niet eerder stoppen met werken, zo blijkt uit de plannen van het kabinet over de ophoging van de AOW-leeftijd. Wel worden werkgevers verplicht mensen met een zwaar beroep na dertig jaar om te scholen of ze een lichtere baan aan te bieden. „Complex, onrealistisch en weer gebaseerd op een ouderwets beeld van de arbeidsmarkt”, reageert Ton Wilthagen op de kabinetsplannen. Hij is arbeidsmarktonderzoeker aan de Universiteit van Tilburg. De regeling, zoals die er nu ligt, wordt heel lastig uitvoerbaar, denkt de hoogleraar.

„Het kabinet gaat er vanuit dat een werknemer dertig jaar bij dezelfde werkgever blijft werken. Volstrekt ridicuul. De arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. Mensen blijven op dit moment gemiddeld elf jaar bij een bedrijf. In de toekomst zal dat nog korter zijn.” Volgens de hoogleraar wordt het daarom ingewikkeld om bij meerdere werkgevers het arbeidsmarktverleden van een werknemer bij te houden.

Mensen met een zwaar beroep omscholen, heeft volgens Wilthagen ook geen kans van slagen. „De meeste mensen betreden niet voor hun achttiende de arbeidsmarkt. Na dertig jaar zijn ze 48. Mensen op die leeftijd omscholen kan, maar het is de vraag of andere werkgevers ze dan nog willen aannemen. We moeten werknemers geen houdbaarheidsdatum op hun rug gaan plakken.”

Daarnaast vraagt hij zich af hoe de zware beroepen gedefinieerd zullen worden. „Een jurist die bijvoorbeeld werkt op de afdeling fusies en overnames van ABN Amro heeft wellicht een zwaardere functie dan een jurist die werkt voor een gemeente. Functies definiëren zou nog kunnen, maar zware beroepen vaststellen is haast een onmogelijke opgave.”

Dat blijkt ook uit de stroeve discussies over zware beroepen die zijn gevoerd in buurlanden. „In België zijn ze al twee jaar aan het nadenken wat er moet gebeuren met zware beroepen. En in Duitsland, waar de AOW-leeftijd ook op 67 jaar ligt, is een halfbakken regeling bedacht. Mensen die de helft van hun werkzame leven een zwaar beroep uitoefenen mogen eerder stoppen met werken en mijnwerkers werken maar tot hun 62ste.” In Scandinavië wordt helemaal geen rekening gehouden met zware beroepen en daar is de pensioenvoorziening volgens de hoogleraar het best geregeld.

Het verbaast Wilthagen dat Nederland zo lang blijft discussiëren over deze regeling. „Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat wij kampioen deeltijdwerken zijn. We hechten veel waarde aan onze vrije tijd.”

Regeling geldt al voor ambulancepersoneel

Het ambulancepersoneel uit de publieke sector maakt op dit moment al gebruik van een regeling voor zware beroepen zoals het kabinet die nu voorstelt. In 2006 is in de cao vastgesteld dat ambulancepersoneel na twintig jaar een andere functie mag uitvoeren. Zodra een werknemer in dienst komt, krijgt hij een loopbaanplan voorgelegd.

De vakbonden hebben grote twijfels bij deze nieuwe regeling. „Werkgevers hebben nog geen geld beschikbaar gesteld voor de omscholing”, zegt Peter van der Vloet, voorzitter van de landelijke CNV-ambulancezorg. Ger Jacobs van de GGD Brabant, onder meer werkgever van het ambulancepersoneel, vindt die uitspraak iets te kort door de bocht. „Wij betalen het scholingsgeld uit premies van het ministerie van VWS. Het ministerie heeft nog geen apart potje voor de omscholing beschikbaar gesteld, maar in de toekomst zal dat gaan veranderen.”

Een ander heikel punt is dat de meeste werknemers helemaal geen gebruik willen maken van de regeling. „Mensen kiezen bewust voor een beroep als ambulancebroeder. Zij willen zich helemaal niet laten omscholen”, zegt Jacobs.

Van der Vloet onderschrijft die stelling, maar vindt dat ambulancebroeders absoluut met een bepaalde regeling ontzien moeten worden. „Boven de 55 jaar krijgt veel ambulancepersoneel klachten aan de gewrichten. Ook het tillen van patiënten wordt op deze leeftijd zwaarder, zeker nu de gemiddelde Nederlander steeds dikker wordt. Het kabinet moet hier wel rekening mee houden”, zegt Van der Vloet.

Laat uw reactie achter op de site van TROUW

Geen salarisstijging ambtenaren

De vakbonden moeten inzien dat de salarissen bij de overheid volgend jaar niet kunnen stijgen. En minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken moet de rug recht houden tijdens de onderhandelingen met de vakbonden over de cao’s voor volgend jaar. Die oproep doet CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel dinsdag tijdens een politieke bijeenkomst in Haarlem.

Het kabinet heeft dit voorjaar voor volgend jaar 3,2 miljard euro aan besparingen ingeboekt door uit te gaan van de nullijn voor salarissen in de collectieve sector. Maar van de vakbonden waren daarover geen harde toezeggingen. In verschillende cao’s kwamen dit voorjaar ook al loonstijgingen voor van 1,25 procent.

Pijnlijke keuzes
Van Geel zegt nu dat de overheid als werkgever pijnlijke keuzes moet maken. Als mensen in het bedrijfsleven moeten inleveren en mogelijk hun baan verliezen, ‘kan het niet zo zijn dat de lonen van ambtenaren blijven stijgen’, aldus Van Geel in Haarlem. Hij hoopt dat de vakbonden ‘de redelijkheid’ inzien van een nullijn in de collectieve sector. ‘De lopende cao’s hadden immers, met de wijsheid van nu bezien, een goud randje.’

Harde hand
De CDA-fractievoorzitter roept minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken als overheidswerkgever op haar rug recht te houden. ‘Ik ken haar immers als een stevige tante’, aldus Van Geel. Komt er geen nullijn in 2010, dan moet het kabinet volgens hem de loonkosten in 2011 met harde hand terugbrengen met 3,2 miljard in 2011 en al met 1,3 miljard in 2010.

Geen structurele loonsverhoging

Het CvA (College van Arbeidszaken) biedt in december 2009 een eenmalige uitkering van 1 procent van het jaarsalaris. De bonden wilden een structurele loonsverhoging van 1,5 procent. Een structurele loonsverhoging is nu onverantwoord. De nieuwe colleges die begin volgend jaar aantreden, moeten 10 tot 15 procent bezuinigen en in de ergste gevallen zelfs 20 procent. Dat het gemeentefonds niet meer groeit, is al bekend. Het CvA houdt ernstig rekening met kortingen op het gemeentefonds en op specifieke uitkeringen waarmee gemeenten hun maatschappelijke taken moeten uitvoeren. Tegelijk hebben gemeenten toenemende financiële verplichtingen. Een structurele loonsverhoging trekt een te zware wissel op de positie van gemeenten en bemoeilijkt het principe van geen gedwongen ontslagen.

De bonden bespreken het eindbod met hun leden. Het CvA wacht de reactie van de bonden op het eindbod af.

Meer informatie

Eindbod CvA (pdf, 30 september 2009)

Log_cva_2

Organisatiegraad werknemers blijft dalen

In 2008 was een op de vijf werknemers, met een baan van ten minste twaalf uur per week, lid van een vakbond. De laatste jaren loopt de organisatiegraad van werknemers fors terug. Mannen en ouderen zijn relatief vaak vakbondslid.

Organisatiegraad na 1995 met kwart afgenomen
In de loop der jaren is het aandeel werknemers dat vakbondslid is, de zogeheten organisatiegraad, fors teruggelopen. De organisatiegraad lag in de periode 1950-1980 boven de 35 procent. Daarna zette een daling in. Na 1995 nam de organisatiegraad af van 28 naar 21 procent in 2008.
Organisatiegraad van werknemers, 15 tot 65 jaar

Aantal werknemers stijgt, aantal vakbondsleden daalt
De organisatiegraad daalde na 1999 sneller dan in de periode 1995-1999. Dit komt doordat sinds 1999 het aantal vakbondsleden afneemt, terwijl het aantal werknemers groeit.
In de periode 1995-1999 stegen zowel het aantal vakbondsleden als het aantal werknemers, maar daalde de organisatiegraad omdat de aanwas van vakbondsleden (8 procent) die van werknemers (13 procent) niet bijhield.

Meer vrouwelijke leden
Het aantal vrouwelijke leden is sinds 1995 gestegen met 89 duizend. Dit is te verklaren uit de gegroeide arbeidsdeelname van vrouwen. Toch nam hun organisatiegraad af van 20 procent in 1995 naar 17 procent in 2008. De daling van de organisatiegraad was bij de mannen echter veel sterker, van 34 naar 25 procent.
Vakbondsleden naar geslacht

Organisatiegraad jongeren is laag
Er zijn relatief weinig jongeren lid van een vakbond. In 2008 lag de organisatiegraad van 15- tot 25-jarigen iets onder de 8 procent. De organisatiegraad van 45-plussers was met ruim 31 procent bijna viermaal zo groot als die van jongeren.
Organisatiegraad naar leeftijd

Ledenbestand vakbonden vergrijst
Eind maart 2009 waren bijnaa 1,9 miljoen mensen lid van een vakbond. Er waren 244 duizend vakbondsleden ouder dan 65 jaar, 62 duizend meer dan in 1999.
Het aantal vakbondsleden van 45 jaar en ouder is sinds 1999 met ruim 21 procent toegenomen. Deze groei komt mede door de vergrijzing van de beroepsbevolking. Het aantal jongeren is in die periode juist gedaald, met 44 duizend tot ruim 73 duizend in 2009. Door deze ontwikkelingen vergrijst de vakbeweging steeds meer.
Jo van Cruchten en Rob Kuijpers

Bronnen:
• Organisatiegraad van werknemers 1995-2008
• StatLine, Leden van vakverenigingen

Bron: www.cbs.nl

Overleg cao gemeenteambtenaren verlengd

Het loon vormt bij de onderhandelingen voor een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren een probleem. Ondanks aandringen van de bonden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) nog geen loonbod op tafel gelegd. De bonden willen 1,5 procent meer loon, maar volgens de gemeenten is er geen ruimte voor een loonsverhoging.

Vakbondsbestuurder Ruud Kuin van Abvakabo is weinig hoopvol. Verwacht was dat de bonden en de VNG er maandag zouden uitkomen. Maar de VNG had meer tijd nodig om het pakket afspraken te bestuderen. Eind volgende week worden de gesprekken hervat. Voor die tijd wil Kuin met de kaderleden overleggen om te kijken of verder praten nog zin heeft.

Levensloopbeleid
‘Wij zijn bereid tot een gematigde loonontwikkeling. Maar dan moeten er wel goede afspraken komen over onder meer werkzekerheid en levensloopbeleid.’ Wat daar nu over ligt, vindt hij te vaag. Ook het ontbreken van een loonbod zit hem dwars.

Sluitstuk
De VNG wil eerst het hele pakket afspraken overzien alvorens te praten over loonontwikkeling. ‘Dit onderwerp is zoals altijd het sluitstuk van de onderhandelingen.’ Volgens VNG streven alle partijen ernaar volgende week tot een akkoord te komen.

Nullijn
Al in het voorjaar kondigde de VNG aan dat zij de lonen van gemeenteambtenaren wilde bevriezen. Het is ook het beleid van het kabinet in nieuwe cao’s de nullijn te hanteren in de publieke sector. Het kabinet heeft ook al 3,2 miljard euro aan verwachte besparingen ingeboekt.

Ongeveer 185.000 gemeenteambtenaren vallen onder de cao.

Wat is er op 11 september aan de onderhandelingstafel besproken?

• Werkgevers wilden sleutelen aan kostenneutraliteit.
• De bonden zijn van mening dat de basis is
het Sociaal Akkoord van 19 mei en dit mag niet aangetast worden.
• Dus de kostenneutraliteit was en is onze basis.
Na verschillende schorsingen werd helder dat de werkgevers zich toch wilden binden aan de kostenneutraliteit.
Eén van de pijlers van de kostenneutraliteit zijn de lokale regelingen die een waarde vertegenwoordigen van 7 dagen. Deze worden nu ook meegerekend!
Nadat de bovenstaande kou uit de lucht kon worden genomen werden er verdere afspraken gemaakt en komt het eindtraject in zicht.
De conclusie is gerechtvaardigd dat de werkgevers hun twee weken schorsen goed gebruikt hebben.
De volgende dagen zijn ingezet om de puntjes op de i te zetten.
• 22 september 2009; CAO bespreking
• 05 oktober 2009; mogelijke afronding
Als dan alles op papier staat zullen wij op 08 oktober 2009 een grote ledenvergadering beleggen.
Gelieve deze datum reeds in je agenda te reserveren. Een ruime opkomst is van groot belang!
Wij houden jullie op de hoogte;
Namens de drie bonden,

ABVAKABO/FNV : Ruud Kuin / Gerard van der Lans
CNV Publieke Zaak : Juan Schot / Peter van der Vloet
FNV Bondgenoten : Tom Koningh / Tom Tuijl

Model berekening inkoop ouderdomspensioen verbeterd

Het CvA heeft het model berekening inkoop ouderdomspensioen verbeterd. Dit naar aanleiding van praktijkervaringen met het model berekening inkoop ouderdomspensioen. De deeltijdfactor die ingevuld kan worden in het tabblad ABP-inkomens is aangepast.

Na oplevering van het model (in januari) vernam het CvA van enkele gemeenten dat er medewerkers zijn die in een bepaald jaar een deeltijdfactor kennen hoger dan 100%. Dit omdat er gebruik gemaakt wordt van artikel 2:7a CAR: de tijdelijke 40-urige werkweek.

Nieuwe model
Het model is aangepast zodat u ook voor deze specifieke medewerkers het model kunt gebruiken. Het nieuwe model, waarin in het tabblad ABP-inkomens nu een door het ABP opgegeven deeltijdfactor (van maximaal 111% (40/36e) opgegeven kan worden, vindt u hieronder.

Meer informatie

Het nieuwe excelbestand
Het nieuwe word-bestand
VNG-bericht (23 januari 2009)